Jacques Doucet

Jacques Doucet (Boulogne-sur-Seine, 1924 – Parijs, 1994) maakte deel uit van de avant-garde kunstenaars van de twintigste eeuw. Zijn oeuvre bestaat uit schilderijen, grafiek, gouaches, kleine collages, beelden, keramiek en tapijtkunst. In 1940 begon Doucet met het maken van tekeningen en gedichten. In zijn beeldende werken kwamen veel poppetjes en figuren voor. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was Doucet een politiek gevangene wegens terroristische activiteiten. Deze periode heeft veel invloed op hem en zijn kunst gehad. In de gevangenis zag hij de graffiti van ex-gevangenen, waarin hij zowel angst als hoop in terugzag. Tevens was Doucet gefascineerd door deze getuigenissen van het menselijk bestaan.

Na zijn vrijlating in 1945 is Doucet gaan studeren aan de Kunstacademie van Montparnasse in Parijs. Een jaar later ontmoette hij de Nederlandse kunstenaar Corneille. Corneille moedigde hem aan om zich te voegen bij de Experimentele Groep in Holland. De kunstenaars die behoorden tot deze stroming werden geïnspireerd door de spontane en expressieve tekeningen van kinderen en primitieve culturen. Typerend voor de stijl van deze groep is de vrijheid in vormen, kleuren en materialen. De Nederlandse Experimentele Groep bracht het tijdschrift Reflex uit, met daarin een manifest met alle uitgangspunten van de groep. Doucet heeft de tweede omslag voor dit tijdschrift gemaakt. In 1948 ging de Experimentele Groep een samenwerkingsverband aan met
een soortgelijke Deense en Belgische groep, en werd zodoende de Cobra-groep. Na 1951, toen de Cobra-groep opgeheven was, veranderde de stijl van Doucet. Het werk werd nog abstracter. Het werk van Doucet is tentoongesteld in Nederland, Frankrijk, België en Denemarken, bij onder andere het Stedelijk Museum in Amsterdam.